Scroll omlaag naar inhoud

Hoe kan het denken over het jaar 2100 leiden tot slim handelen in het nu? Met het Toekomstatelier NL2100 stelt het College van Rijksadviseurs (CRa) de lange termijn weer centraal in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. NOHNIK is als één van de drie bureaus door het CRa gevraagd om vanuit expertmeetings en bureaustudies kennis bijeen te brengen rondom de netwerken energie en data. Parallel werkten de andere bureaus aan water, flora & fauna, mensen, goederen & grondstoffen. Als synthese is tijdens een meerdaags atelier door de bureaus gezamenlijk een ontwerpverkenning gedaan voor Nederland in 2100. Vanuit het principe ‘bodem en water leidend’ en met een specifieke focus op de energiehoofdstructuur. Binnen deze verkenning heeft NOHNIK een kaartbeeld voor 2100 geschetst, een zoom-in voor de regio Arnhem-Nijmegen uitgewerkt en mogelijke principes voor de energiestructuur en lagenbenadering verkend. 

Bodem en water leidend voor occupatie en netwerken. Copyright NOHNIK

Bodem en water leidend in occupatie en netwerken

De huidige woongebieden en industrieclusters in laaggelegen polders en het rivierengebied zijn met het oog op zeespiegelstijging kwetsbaar en onveilig. Met de blik op 2100 moeten we weer vanuit de basis gaan redeneren: bodem en water leidend en niet als te manipuleren organisme. Op deze manier bepalen we de gebieden waar we hoog, droog en veilig kunnen wonen en werken. De plek netwerklaag (energie, transport, mobiliteit) volgt vervolgens vanuit deze gebieden. Met zeespiegelstijging als dominante verandering is een studie naar Nederland in 2100 gedaan. Binnen de ontwerpverkenning is gewerkt met vier verschillende niveaus van zeespiegelstijging (heden, +0,75m, +2m, +5m). Voor 2100 is het meest extreme scenario gevisualiseerd.

Visualisatie decentrale energiebiotoop. Copyright NOHNIK

Ontwerpverkenning NL in 2100, een perspectief

Op lange termijn is als gevolg van forse zeespiegelstijging een oostwaartse migratie richting hogere gronden onontkoombaar. Het stijgende waterpeil in zowel de zee als rivieren zorgt ervoor dat de diepe polders in de Randstad richting 2100 stap voor stap hun functie verliezen. Tussen de duinenrij aan de Noordzee en de hoogtegradiënt op grofweg de lijn Groningen-Antwerpen, ontstaat een rijk inlands estuarium. Een nat en zeer dynamisch natuurgebied waar ook energie wordt opgewekt. De grote rivieren meanderen met een natuurlijk verloop van oost naar west door dit estuarium. In het riviersysteem wordt onderscheid gemaakt in rivieren voor waterafvoer en rivieren voor goederentransport. Het riviersysteem kan daardoor natuurlijker worden ingericht, meer water afvoeren, water langer vasthouden, en als zoetwaterbron voor Nederland dienen. 

Kaartbeeld NL in 2100. Copyright NOHNIK

Steden als Amsterdam en Den Haag worden als cultuurhistorische relicten beschermd, maar economische activiteiten verplaatsen zich in toenemende mate richting het hogere oosten en zuiden. De nabijheid van industrieel-economische clusters zoals Eindhoven, Arnhem, Antwerpen, het Ruhrgebied en de metropoolregio Duisburg-Düsseldorf, zorgt voor een logische basis voor heroriëntatie van de woongebieden en industrie uit de huidige Randstad. Nieuwe stedelijke en industriële ontwikkeling vindt dominant rond deze gebieden plaats. De duingordel aan de Noordzee blijft behouden als bewoonbare golfbreker.

Nationaal smart grid met energiebiotopen en energie-infra-corridors. Copyright NOHNIK

Parallel aan deze migratie is een nationaal smart-grid verkend met ‘energiebiotopen’ en ‘energie-infra-corridors’ (zie eerste verkenning concepten hieronder). Omdat energie- en transport-assen zoals de huidige Betuwelijn en A15-corridor binnen het riviersysteem op een kwetsbare plek liggen, hebben ze richting 2100 weinig toekomstwaarde. Door de dominante stedelijke ontwikkeling in 2100 ten oosten van de lijn Groningen-Antwerpen, moet de energiehoofdstructuur daarom mee verschuiven.

Verkenning energienetwerk van 2100: decentrale energiebiotopen

In een efficiënt energiesysteem is de opwekking zo direct mogelijk gekoppeld aan het verbruik, zowel in plaats als tijd. Dat scheelt transport, verliezen van bijvoorbeeld warmte en minder noodzakelijke (tijdelijke) opslag. Dat is nu nog niet zo. Een stap richting die ultieme situatie is de ‘energie-biotoop’. Een geografisch afgebakend leefgebied, waarin de omgevingsomstandigheden vanuit bodem en water optimaal worden benut voor een grote diversiteit aan opwekking van hernieuwbare energie, om zo in de eigen regionale vraag te voorzien. De energiebiotoop is daarmee voorwaardelijk voor een stedelijke gemeenschap om zich erin te vestigen en te ontwikkelen. Via een redundant netwerk van gecentraliseerde energie-infra-corridors wisselen verschillende biotopen tekorten en overschotten uit.

Visualisatie energie-infra corridors. Copyright NOHNIK

Verkenning energienetwerk van 2100: centrale energie-infra-corridors

Grote delen van het huidige energienetwerk liggen in diepe polders en riviergebieden die richting 2100 kwetsbaar worden. Een toekomstige verschuiving van het economisch zwaartepunt richting de hogere gronden, geeft aanleiding voor de realisatie van nieuwe energie-infra-corridors. Waarin energie, data, elektrisch transport en mobiliteit worden gecombineerd in één infrastructuur, die de verschillende energiebiotopen en stedelijke clusters met elkaar verbindt. Voordelen van dit centrale netwerk zijn een efficiënter energieverbruik en ruimtegebruik. De energie-infra-corridors sturen stedelijke ontwikkeling richting de hogere gronden, zodat de prikkel wordt weggenomen om langs oude infrastructuren in kwetsbare gebieden uit te breiden. Ze geven daarmee het metropolitane landschap van 2100 mede vorm: ‘energy-oriented development’ op basis van het bodem & water leidend-principe. Door de corridors daarnaast ook te combineren met groen-blauwe structuren, krijgen ze extra betekenis als bovenregionale ecologische schakels.

Zoom-in regio Arnhem-Nijmegen

Naar mate de zeespiegel steeds verder stijgt, migreren woon- en werkgebieden langzaam steeds meer oostwaarts. Gelegen boven de stijgende zeespiegel en op afstand van de rivieren, biedt hoog Oost Nederland een plek om veilig te wonen en te werken. In verbinding met de industriële activiteiten in o.a. Duisburg en Düsseldorf, ontwikkelt het gebied zich tot de nieuwe Randstad. Als een stedelijk eilandenrijk op de flanken van de stuwwallen en denkzandgronden. De ontwerpverkenning stelt voor de vier niveaus van zeespiegelstijging (heden, +0,75m, +2m, +5m)een transitie voor t.a.v. het watersysteem (scheiding afvoerrivieren en transportrivieren), de verstelijking van de hoge gronden en flanken, omvorming van bossen t.b.v. het verzekeren van de drinkwaterhuishouding, en de ontwikkeling van energiebiotopen en verbindende energie-infra-corridors.  

Energiesysteem in 2100: verbanden, afhankelijkheden en mogelijke toekomsten. Copyright NOHNIK

De toekomst van Energie en Data

Vanuit expertsessies en een bureaustudie is een spectrum van mogelijke toekomsten t.a.v. energie en data verkend. Kenmerken van het fysieke energie- en datasysteem, zeggenschap en eigenaarschap, ethiek, en thema’s als opwekking, leveringszekerheid, autonomie en geopolitiek kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze maken onderdeel uit van een samenhangend (waarde)systeem. Een mengpaneel dat bepaalt hoe ons energie- en datasysteem er in 2100 uitziet. Via onderstaand mengpaneel zijn de afhankelijkheden en relaties tussen de thema’s inzichtelijk gemaakt. Binnen het mengpaneel ontstaan verhaallijnen waarin mogelijke toekomsten het resultaat zijn van keuzes, knikpunten en afhankelijkheden. De resultaten van die studie staan in twee dossiers en zijn samengevat in een 5×5 matrix. Daarin staan voor zowel data als energie de belangrijkste pijnlijke waarheden, lock-ins, no-regrets, oplossende denkwijzen en kennis-urgenties.

5×5 Energie. Copyright NOHNIK
5×5 Data. Copyright NOHNIK

Naar een nieuw sociaal-economisch narratief voor 2100

Het verkennen van een wereld in 2100 vraagt om een kritische houding ten opzichte van ons huidige denken en doen. Als we de toekomst vormgeven vanuit ons huidige handelen en onze gewoonten, verandert er mogelijk niets en zetten we onszelf vast. Het ontrafelen van ons huidige sociaaleconomisch narratief, is de basis om lock-ins en pijnlijke waarheden inzichtelijk te maken. Daarmee kunnen we stelling innemen ten opzichte van ons huidige gedrag en een nieuw narratief schetsen voor 2100. Dat nieuwe narratief kunnen we uiteindelijk vertalen in een ruimtelijk beeld zoals in de ontwerpverkenning geschetst.

Lees alles over het Toekomstalier NL2100 op de speciale website
Download onze dossiers voor Energie en Data en de publicatie voor de ontwerpverkenning NL2100

Jaar: 2022
Type: futurologie, ontwerpend onderzoek
Opdrachtgever: College van Rijksadviseurs
Status: afgerond, gepubliceerd
In samenwerking met: College van Rijksadviseurs. Meerdaags atelier i.s.m. HNS en Rademacher/DeVries