Scroll to Content

Onze cultuurlandschappen zijn in de afgelopen eeuwen gemaakt door boeren. De landschappen worden hooggewaardeerd maar staan ook onder druk, bijvoorbeeld door intensivering van de landbouw. De boeren hebben het gevoel dat ze hun best doen om aan steeds veranderende regelgeving te voldoen maar ervaren tegelijkertijd dat ze weinig waardering krijgen. Het is tijd voor een koerswijziging. Het College voor Rijksadviseurs heeft het initiatief genomen voor drie pilots voor landschapsinclusieve landbouw in drie verschillende gebieden. NOHNIK heeft in samenwerking met het Louis Bolk Instituut en het Kennis Centrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen gewerkt aan de pilot in Salland, met inbreng van agrariërs en betrokkenen uit het gebied. Dit perspectief richt zich op de lange termijn van 2050 en daarnaast op een met de boeren ontwikkelde praktische tussenstap voor 2030.

Salland kent een grote landschappelijke diversiteit en is daarnaast een sterk agrarische regio. De opgaven in het gebied zijn divers. Het huidige systeem van voedselproductie stuurt aan op efficiëntie, met kleine marges en voortschrijdende schaalvergroting tot gevolg. Tegelijk speelt een breed scala aan maatschappelijke opgaven waaronder de stikstofproblematiek, afname van biodiversiteit, klimaatadaptatie en wateropgaven zoals droogte. Een eerlijker prijs voor de boer en een goed toekomstperspectief is daarmee een grote uitdaging en opgave. Net als het sluiten van kringlopen en het behouden en versterken van de landschappelijke diversiteit en vitaliteit van het gebied.

Vergezicht landschapsinclusieve landbouw in 2050
Vanuit deze opgaven is een perspectief voor landschapsinclusieve landbouw in 2050 ontwikkeld, gebaseerd op een aantal aannames zoals bijvoorbeeld hogere grondprijzen, een duurzamer voedselpatroon van de consument en een reductie van het gebruik van kunstmest en chemische middelen. In 2050 is het Sallandse landschap dynamischer, gevarieerder en veerkrachtiger door een hernieuwde koppeling tussen landschap en landgebruik. Op de vruchtbare oeverwallen zijn akkerbouw, extensieve melkveehouderijen en boer-burger bedrijven te vinden. Er wordt vlees, vruchten en zuivel geproduceerd in een gevarieerd kleinschalig landschap met een combinatie van gewassenteelt, agroforestry en veehouderij. Op de kenmerkende Sallandse dekzandruggen en enken vindt grootschaliger akkerbouw plaats, met name gericht op humane voeding (bv. granen en aardappelen). Deze hogere plekken in het landschap zijn herkenbaar door een stevig beplante rand. Aan de stads- en dorpsranden is ingezet op een sterke verweving van stedelijk en landelijk gebied door groen-blauwe structuren. Hier zijn aantrekkelijke hybride gebieden ontstaan waar kleinschalige boer-burgerbedrijven collectief voedsel verbouwen, vee houden en het landschap onderhouden. Op de meer open vlaktes en mengelgronden wordt juist relatief grootschaliger geboerd. Hier combineren grote melkveehouderijen beweiding op kruidenrijke percelen met agroforestry (combinatie van fruit- en notenbomen met beweiding). Hierdoor ontstaat tegelijk een gevarieerder en aantrekkelijker gebied. De Sallandse weteringen en kwelzones zijn een essentiële rol gaan spelen in een zelfvoorzienend watersysteem voor de regio. Er wordt water vastgehouden in landbouwinclusieve natuurzones waar extensieve beweiding voor de productie van melk en vlees, gecombineerd wordt met de teelt van bio-based bouwmateriaal op kleine schaal in de ontstane broekbossen. 

In dit landschap van 2050 is een sterk onderscheid gemaakt tussen percelen die worden ingezet om ecosysteemdiensten te verlenen en anderzijds percelen die productiegericht zijn. Door agroforestry als teeltsysteem te integreren wordt bijgedragen aan verduurzaming van de landbouw en ontstaan nieuwe verdienmodellen. Binnen het Sallandse landschap van 2050 zijn diverse mogelijke bedrijfsmodellen uitgewerkt die hun kringloop grotendeels binnen de regio sluiten. Hierin zijn landschap, verdienmodel en inkomen, landgebruik, relatie boer-omgeving en de mate van intensiviteit uitgewerkt. Aan de hand van thema’s op een ‘meetlat landschapsinclusieve landbouw’ (bv. financieel, welzijn, biodiversiteit, etc.) zijn doelen gesteld voor 2050 waar de bedrijfsmodellen aan zijn getoetst.

Tussenstap 2030
Het perspectief voor landschapsinclusieve landbouw in 2050 schetst een vergezicht van hoe de landbouw in Salland er in 2050 uit zou kúnnen zien. Om daar invulling aan te geven zijn grote systeemveranderingen nodig. Dat gaat niet van de ene op de andere dag en vraagt om een tussenstap voor 2030. Denk hierbij aan mogelijkheden om het gebruik van kunstmeststikstof en bestrijdingsmiddelen fors terug te dringen, doelen voor CO2-reductie in de landbouw (-11,1%) of het gericht toepassen van maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Daarnaast komt het voor 90% sluiten van lokale kringlopen binnen 200 km in zicht doordat voer van dichterbij wordt gehaald en maatregelen om efficiëntie op gewas- en dierniveau te verhogen worden toegepast. Om voorgaande doelen te realiseren dienen vanuit overheid én maatschappij goede randvoorwaarden te worden gecreëerd voor de boeren. De belangrijkste zijn een eerlijke beloning voor geleverde producten en diensten, toegang tot grond, stimulerend en coherent beleid en meer ondernemersvrijheid. Deze voorwaarden en stappen zijn verder uitgewerkt in een transitieplan naar 2030 en 2050.

Het gehele rapport, met daarin de gebiedsanalyse, landschapshistorische analyse, perspectief 2050, tussenstap 2030 en het transitieplan, is te downloaden via de website van het College van Rijksadviseurs. 

Jaar: 2019-2020
Type: ontwerpend onderzoek, landschap
Opdrachtgever: College van Rijksadviseurs
Omvang: ca. 425 km2
Status: afgerond, gepubliceerd
In samenwerking met: Louis Bolk Instituut, Kennis Centrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen